``` ``` Coucou de Rennes: Bretons erfgoedras, gered via krant

Coucou de Rennes

12 augustus 2026

Coucou de Rennes: Bretons erfgoedras, gered via een krantenoproep

Een Franse plattelandsarts die zeventig jaar lang, zonder ooit reclame te maken, één kippenras fokte uit pure liefhebberij. Een titel als "beste Franse ras" in 1903. En uiteindelijk een redding die begon met een oproep in de regionale krant Ouest-France. De Coucou de Rennes heeft een geschiedenis die griezelig precies is gedocumenteerd, tot op het jaartal nauwkeurig. In dit artikel ontdek je alles over de oorsprong, kenmerken en het herstel van dit Bretonse dubbeldoelras.

Oorsprong en geschiedenis van de Coucou de Rennes

De Coucou de Rennes is al lang gevestigd in het Bretonse platteland rond Rennes (Ille-et-Vilaine). De eerste geschreven sporen dateren uit 1850, en in 1858 beschreef Charles Jacques het ras in zijn werk "Le Poulailler" - destijds nog "poule ombrée-coucou" genoemd. Het was dokter Edmond Ramé die als eerste het idee kreeg om het ras doelbewust te selecteren. Hij was zo verzot op de kip dat hij haar zeventig jaar lang fokte, zonder er ooit promotie voor te maken - "pas vu, pas vendu" (niet gezien, niet verkocht), zoals het gezegde luidt. Zijn werk bleef daardoor lange tijd grotendeels onbekend, en daarmee ook het ras zelf.

Toch bouwde Ramé gestaag aan de reputatie van zijn kip. In 1887 werd de kip voor het eerst getoond op een lokale wedstrijd. In 1890 behaalde Ramé een eerste prijs voor jonge hanen op de internationale wedstrijd van Antwerpen. In 1900 werden 27 hanen en hennen van het ras getoond op de Wereldtentoonstelling van Parijs. In 1903 werden zowel de lichte variëteit (Coucou de Rennes) als de donkere variëteit (Ombrée de Rennes) gepresenteerd op de Concours Général Agricole en met eer ontvangen bij de ingang van het Grand Palais - de Coucou werd bij die gelegenheid uitgeroepen tot "het beste Franse ras". Op 31 maart 1914 werd de officiële rasstandaard bekrachtigd.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het ras te maken met een onverwachte tegenslag: de Coucou-hennen van talloze kleine Bretonse boerderijen werden op grote schaal ingezet om de naoorlogse vleesschaarste op te vangen, waardoor het ras geassocieerd raakte met een minder positief beeld uit die sombere periode. Edmond Ramé schonk zijn laatste dieren aan Frédéric Drouet, die op zijn beurt enkele dieren verkocht aan André Rouesné - dankzij wie de geschiedenis van de Coucou kon worden voortgezet. Ramé overleed in juni 1955. Tegen de jaren vijftig was het ras bijna verdwenen, doordat fokkers de voorkeur gaven aan productievere, sneller groeiende rassen.

In 1978 werd het Conservatoire national des animaux de basse-cour opgericht om de verdwijning van lokale rassen tegen te gaan, met subsidies voor fokkers die zich inzetten voor behoud - dit programma stopte echter alweer in 1980. De echte doorbraak kwam in 1988: Jean-Luc Maillard, conservator van het Écomusée du Pays de Rennes, spoorde via een oproep in de regionale krant Ouest-France enkele overgebleven dieren op bij André Rouesné, een groenteboer uit de Rennes-wijk Maurepas die inmiddels naar Maine-et-Loire was verhuisd. In de jaren tachtig zette een handjevol gedreven fokkers zich in om het ras conform de standaard te behouden, in samenwerking met het Écomusée. Hieruit ontstond het Club National des Éleveurs de Volailles de Races Bretonnes (CNEVRB). Vandaag de dag heeft de Coucou de Rennes haar plaats in de Bretonse pluimveesector - en daarbuiten - volledig heroverd, en wordt ze gewaardeerd door zowel hobbyfokkers als restaurantchefs.

Uiterlijke kenmerken van de Coucou de Rennes

De Coucou de Rennes is een oud, groot ras met een imposante, haast prinselijke uitstraling.

  • Gewicht: 2,5 tot 3 kg
  • Bouw: breed abdomen, goed gespierde dijen, een staart die trots ten hemel wijst
  • Hals: sterk
  • Kop: relatief fijn
  • Verenkleed: zacht, passend bij het zachte karakter; de meest voorkomende variëteit is grijsblauw, met een "koekoek"-tekening van blauwgrijze streping op een glanzend zwarte ondergrond en vier dwarsbanden op de vleugeldekveren; bij de haan is de tekening smaller op hals-, zadel- en sikkelveren
  • Kam: enkelvoudig en gekarteld bij haan en hen; er bestaat ook een variëteit met platte, met kleine punten bezette kam, en een aanzienlijk lichtere kleurvariëteit

Veelvoorkomende rasfouten zijn een te korte lichaamsvorm, rode of gele veren, blauwe of blauw gevlekte poten, vijf tenen, een gekrulde kam en wit in de oorlellen.

Karakter en temperament van de Coucou de Rennes

De Coucou de Rennes staat bekend om haar zachte, vriendelijke karakter - een goede keuze voor beginnende kippenhouders of wie op zoek is naar een gemakkelijk te managen kip. Het ras heeft bovendien een goed ontwikkeld moederinstinct.

Gaat de Coucou de Rennes goed om met andere kippen en kinderen?

Dankzij het kalme, vriendelijke temperament combineert de Coucou de Rennes doorgaans goed met andere kippen, en is het ras door zijn rustige aard ook goed geschikt voor gezinnen met kinderen.

Eierproductie per jaar van de Coucou de Rennes

  • Aantal: 170 tot 200 eieren per jaar
  • Kleur: crème neigend naar roodbruin
  • Gewicht: minimaal 60 gram per ei
  • Broedsheid: een goede broedster, die zelfs twee keer per seizoen kan broeden

Een charmant, traditioneel gebruik: sommige fokkers geven hun Coucou de Rennes-hennen wei ("petit lait") te drinken, in de overtuiging dat dit de eieren extra smaak geeft.

Verzorging en aandachtspunten

De Coucou de Rennes is een tamelijk rustiek en zeer weerbaar ras dat gemakkelijk te houden is. Het groeit langzaam en past zich goed aan verschillende omgevingen aan. Een gewone ren met nestkast en legplek volstaat - veel ruimte is niet per se nodig, al is het belangrijk de dieren te beschermen tegen felle zomerzon en winterse kou.

Bijzonderheden van de Coucou de Rennes

  • Dokter Edmond Ramé fokte het ras zeventig jaar lang zonder er ooit promotie voor te maken - zijn werk bleef daardoor decennialang vrijwel onbekend.
  • In 1903 werd de Coucou de Rennes tijdens de Concours Général Agricole uitgeroepen tot "het beste Franse ras".
  • De redding van het ras in 1988 begon met een oproep in de regionale krant Ouest-France.
  • Het vlees wordt geroemd om zijn lichte hazelnootsmaak.
  • Naast de lichte Coucou de Rennes bestaat er een donkerdere zustervariëteit: de Ombrée de Rennes.

Is er een specifieke kippenclub of vereniging voor de Coucou de Rennes?

Ja, het Club National des Éleveurs de Volailles de Races Bretonnes (CNEVRB), verbonden aan het Écomusée du Pays de Rennes, zet zich in voor het behoud en de promotie van dit ras.

Coucou de Rennes: zeldzaam of niet?

Het ras was tegen de jaren vijftig van de vorige eeuw bijna volledig verdwenen, maar heeft dankzij de reddingsactie vanaf 1988 zijn plaats in de Bretonse pluimveesector inmiddels volledig heroverd. Zeldzaam is de Coucou de Rennes niet meer, al blijft het een ras met een sterke regionale identiteit.

Waarom kiezen voor de Coucou de Rennes?

Kies je voor de Coucou de Rennes, dan kies je voor:

  • Een precies gedocumenteerd Bretons erfgoedras, ooit uitgeroepen tot beste Franse ras
  • Een oprecht dubbeldoelras met vlees dat om zijn hazelnootsmaak wordt geroemd
  • Een zacht, vriendelijk karakter - ideaal voor beginners en gezinnen
  • Een degelijke eierproductie van 170 tot 200 eieren per jaar
  • Een indrukwekkend reddingsverhaal, letterlijk begonnen met een krantenoproep

Voor liefhebbers van Franse erfgoedrassen met een rijke, minutieus gedocumenteerde geschiedenis is de Coucou de Rennes een prachtige, betekenisvolle keuze.

Tags: Coucou de Rennes, Bretons kippenras, dubbeldoelras Frankrijk, Ombrée de Rennes, koekoektekening kip, Écomusée Rennes, Frans erfgoedras

Reactie plaatsen